Uit: Lover 4/2000
© Marianne van den Boomen


Cyberfeministische theorie als performance

Homepages van feministen





Soms zijn kleine lettertjes veelzeggend. Deze bijvoorbeeld komen van de homepage van Allucquère Rosanne Stone: 'The Microsoft Network is prohibited from linking to or redistributing this work in any form, in whole or in part. License to distribute is available to Microsoft for $1000. Appearance on Microsoft Network without permission constitutes agreement to these terms.'
Heeft Sandy Stone ruzie met Microsoft? Of is dit een typische Internet-parodie? Ik houd het op dat laatste. Temeer omdat ook deze kleine lettertjes op haar homepage te vinden zijn: 'Warning: This site may contain explicit descriptions of, or may advocate one or more of the following: Nudity, satanism, suicide, sodomy, incest, bestiality, sadomasochism, adultery, murder, morbid violence, paedophilia, bad grammar, deviate sexual conduct in a violent context, or the use of illegal drugs or alcohol. But then again, it may not.'
Niets van dat alles is er te vinden, natuurlijk. Stone is immers een cyberfeminist. Die zijn weliswaar nooit te beroerd om in de buik van het technologie-en-seks(e)monster te kruipen, en dat levert de meest eigenaardige grensoverschrijdingen, constructies en deconstructies op, maar toch echt niet dat wat wij in de regel verstaan onder bovenstaande dingen.
Wat dan wel? De cyberfeministische 'politiek van de parodie en de ironie', zoals Rosi Braidotti het noemt (http://www.let.uu.nl/womens_studies/rosi/cyberfem.htm), maakt het niet altijd eenvoudig om uit te maken wat zij nu precies bedoelen.
Dat cyberfeministen 'de ondergang van het patriarchaat in de hedendaagse technologische cultuur, waarin fysieke kracht nauwelijks meer de bepalende factor is' voorspellen, dat zij het Internet zien als 'typisch vrouwelijk medium, want hybride en fluïde' en 'mannelijke deelname' daaraan als 'travestie', zoals in de vorige Lover (p.9) stond, lijkt mij eh... wat kort door de bocht. Of beter gezegd: conceptuele ironie. Want als cyberfeministen iets doen, dan is het wel het binnenstebuiten keren van concepten, het herordenen of opblazen van talige grenzen en afbakeningen. Dat doen zij natuurlijk met de klassieke concepten waar alle feministen wat mee moeten - 'patriarchaat', 'vrouwelijk', 'mannelijk' - maar evengoed met concepten als 'ondergang', 'hedendaags', 'technologie', 'fysiek' en 'cultuur'.
Een homepage, als raar amalgaam van een persoonlijk visitekaartje annex adressenboek en een publiek portfolio van denkbeelden en geschriften, kan daar een uitstekend medium voor vormen. Neem die van Stone.
Stone heeft een staat van dienst als filmmaker, rock 'n' roll technicus (voor Jimi Hendrix!), neuroloog, sociale wetenschapper, sciencefictionschrijver, cultureel theoretica en performer. Ze geeft les in postmoderne gothiek (lees: nieuwe media, gender, interactie/interfacetheorie) aan de universiteit van Austin, Texas, en noemt zichzelf een 'disourse surfer'. Zij schreef het boek The War of Desire and Technology at the Close of the Mechanical Age en andere cyberfeministische klassiekers als het artikel 'Will the Real Body Please Stand Up?' Zo'n type dat liever 'theory performances' geeft dan lezingen.
En dat is te zien aan haar homepage Cultural Theory as Cottage Industry, met als URL http://sandystone.com. Een eigennaam als commerciële domeinnaam, surfend op de dot.com-hype, maar bij Stone vind je geen klassieke e-commerce. Wel Jomanda-achtige foto's van haar performances, naast gezellig-tuttige foto's van haar huis, man en dochter. Malle sprookjes over Maria-verschijningen in de computer ('The Miracle of Our Lady of the Perpetual Server') plus artikelen, interviews en links naar de diverse Cyberconferenties die zij heeft georganiseerd. En niet te vergeten links naar andere mensen en projecten in het deconstructie- en trans-alles cyberuniversum.
Stone is overigens een van de weinige academische cyberfeministen met een eigen homepage. Althans, een homepage die uit meer bestaat dan een niet-klikbare lijst van publicaties plus verwijzingen naar de officiële universitaire aankondigingen van cursussen in studiegidsen.
De enige twee andere bekende feministen die in de buurt komen van een homepage waarop het eigen werk qua vorm, inhoud en context tot zijn recht komt, zijn Nancy Friday (www.nancyfriday.com - oei, wat heeft die een mooi huis!) en Andrea Dworkin (http://www.igc.org/Womensnet/dworkin/). Maar zij behoren duidelijk tot heel andere loten van de feministische stam, niet bepaald van de afdeling postmoderne cyberdeconstructie. Die van de lesbisch-activistische Dworkin is niet door haarzelf gemaakt en aangehaakt bij Womensnet, die van de meer psychologisch-essentialistische en commerciële Nancy Friday valt onder het beheer van de Friday Holding en Agency.com. Weer zijn het de kleine lettertjes die veelzeggend zijn.



© Marianne van den Boomen