Uit: nieuwsgroep dds.dds november 1996
© Marianne van den Boomen
Het ondergrondse nieuws
Column van een DDS-bejaarde en mopperkont, uitgesproken op de DDS-bewonersavond van 15 november 1996, althans dat was de bedoeling, ware het niet dat zij onwel op bed ligt/lag op dat moment. Daarom dus alleen geplaatst in de nieuwsgroep dds.dds.
Ik wil u een verhaal vertellen over een ondergronds genootschap. Het bevindt zich op het Internet, maar het is niet te vinden als je oppervlakkig over het Web surft. Weliswaar zijn enkele zoekmachines in staat sporen te vinden van dit genootschap, maar dan moet men wel de juiste spreuken weten om de machine er naar toe te sturen. Veel Internetters die de afgelopen twee jaar online zijn gegaan, zijn dan ook niet op de hoogte van het bestaan van dit genootschap. Dit omdat zij in de veronderstelling verkeren dat het Web hetzelfde is als Internet, en dat interactiviteit betekent dat je je eigen pad kunt klikken door een berg informatie.Het genootschap hanteert echter heel andere concepten van interactiviteit. Intelligenter, met directe feedback. Vanuit een structuur die onhiërarchisch en niet-voorgeprogrammeerd is, gebaseerd op de zelflerende principes van neurale netwerken en de ondoorgrondelijke determinatie en onvoorspelbaarheid van de chaostheorie.
En hoe postmodern dit ook klinkt, deze interactiviteit behoort tot de oerwijsheden van het Internet, tradities uit lang vervlogen tijden die nog altijd het wezen van de menselijke communicatie uitmaken. Nee, ook in de hedenaagse paleizen met avatars is deze sekte niet te vinden, want de aanhangers aanbidden niet het beeldscherm zoals de dominante netreligie wil; zij eren het toetsenbord. Niet alleen als symbool maar ook als gereedschap voor de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van subcultuur.
Het genootschap opereert onder verschillende namen - soms Usenet, soms nieuwsgroepen, soms discussiefora, maar dat maakt allemaal niet uit. Het idee is hetzelfde: hagepreken, verhitte discussies en volksopstootjes op beschutte plekken. Beschut tegen het geweld van de browser-oorlog en de toeters en bellen van Palace, Java en HTML.
Ja, ook in de Digitale Stad is dit genootschap te vinden. Maar tamelijk ondergronds tegenwoordig.
Ach, vroeger, in de prehistorie van het Web, toen hadden zij de macht. De hele Digitale Stad bestond uit tekst, gestructureerd in menu’s, die altijd leiden naar openbare fora. En daar gebeurde het. Daaronder bevonden zich zelfs archieven, maar na een verbouwing zijn die dichtgemetseld en inmiddels weet vrijwel niemand meer dat ze er ooit waren.
Het was een stad met gebouwen, cafés en een plein, en toch was het alleen maar tekst.
Aan het eind van een donker steegje kwam je bij verschillende alt.sex-groepen terecht.
Het opnebare forum leidde onder andere naar dds.technopolis, waar bijvoorbeeld Christine en Erik in debat waren over feministische benzinemotoren en Tefalpannen, en wat dit alles betekende voor de informatiemaatschappij.
In dds.dds werd heftig gediscussieerd waar het nu heen moest met de Digitale Stad zelf - niet in de laatste plaats door wederom Erik - en heel soms vertoonden zelfs de DDS-bobo’s zich daar. Om weer gauw te vertrekken als ze in Eriks scherpe pen waren gelopen. In dds.femail verzon men strategieën tegen digitale hijgers, in dds.multcult probeerde men de CD-stemmer Rinus te overtuigen van zijn ongelijk. En heel soms gaf hij warempel iets toe.
Toen werd de Digitale Stad verbouwd. Het World Wide Web had zijn intrede gedaan. De stad werd gegroepeerd rond verschillende thematische pleinen. Met huizen, gebouwen, klikpunten, logo’s, icoonen, DDS-balken. Beeldschoon maar oogverblindend en toetsenbordverstillend. De muis werd het dominante vervoermiddel. Vele wisten niet eens meer wat Telnet en Unix-newsreaders waren, hoe hardnekkig Dirk-Jan, Han Robanus en Rosetta van Kollum dat ook probeerden uit te leggen.
Het genootschap werd verdreven naar de randen van de pleinen. Het werd één muisklikje op het logootje ‘discussies’ - één bijna onzichtbaar linkje tussen duizenden andere... En als je er toevallig op klikte, kreeg je slechts een paar thematisch passende groepen. Alleen de elite die wat wist van newsreaders (eventueel via Netscape zelf) was in staat om de hele lijst nieuwsgroepen te ontsluiten. Maar als je eens wilde kijken wat er zoal gebeurde, strandde je al gauw in de vele lege nep-groepen. Laat maar zitten.
De nieuwsdiscussies waren onzichtbaar geworden, geheim, ondergronds. En toen na een hard disk-crash van DDS alle nieuws van de afgelopen twee jaar naar de cyberhemel was gegaan, was zelfs de geschiedenis ervan verdwenen.
Maar een bezorgde afvaardiging van het genootschap toog aan het werk. En inmiddels heeft het - door het afschrapen van diverse eigen computers en het weer in het juiste format omzetten van het materiaal - zo’n negentig procent gered van de groepen dds.dds en dds.technopolis. Wessel Zweers verdient dan ook de titel ‘heilige van het DDS-nieuwsgenootschap’.
Er moet ergens in DDS een archief zijn van de herstelde groepen - op een zo geheime plek dat zelfs de heldhaftige archivarissen niet weten waar. Zo maak je martelaren van heiligen.
O ja, er was nog wel nieuws. Het officiële nieuws was prominent aanwezig op de interface: HyperNews en de bewonerskrant de Digitale Stedeling. In Web-vorm, klikbaar, verzorgd, redactioneel begeleid. Ongetwijfeld nuttig, maar het genootschap vindt het allemaal beeldschermafgoderij.
Het is een rare situatie. Op het Internet groeit het Web explosief. Maar dat geldt ook nog steeds voor Usenet: inmiddels zijn er wereldwijd zo’n 20.000 nieuwsgroepen. Waarom is het in DDS dan zo’n geheim genootschap?
Het genootschap besloot zelf de missie ter hand te nemen. Een digitale stad is immers niet alleen een interface maar ook een verzamelpunt van mensen, meningen en mallotigheden, en daarom moet het nieuws fatsoenlijk bovengronds en bereikbaar worden.
De meer radicale elementen uit het genootschap vinden deze bescheiden missie van het genootschap overigens ‘geneuzel over de kleur van de achterlichten’ terwijl de hele verkeersinfrastructuur van de Digitale Stad op de schop moet, maar het is een begin.
Het ontsluitingsprogramma is in feite heel simpel:
1. De nep-DDS-nieuwsgroepen worden opgeschoond
2. Per plein, onder het klikpunt ‘discussies’, wordt systematisch bijgehouden welke nieuwsgroepen relevant zijn
3. Per plein is op dat punt ook de complete lijst van alle in DDS beschikbare nieuwsgroepen op te vragen (ja, ja, ook een klikje)
4. En trouwens ook een nieuwsgroepen-FAQ, Frequently Asked Questions, zodat de beeldschermaanbidders niet zo schrikken van dat chaotische Usenet, compleet met wat basis-commando’s voor het gebruik van newsreaders en uitleg van Usenet-jargon
5. De complete lijst is ook te vinden in de alfabetische index, zowel onder de N van Nieuwsgroepen als onder de D van Discussiegroepen
6. Er wordt nagedacht over vormen van moderatie, een soort nieuwsgroepvoorzitterschap, om discussies aan te jagen en ruis te verminderenWellicht dat met dit programma Digitale Stedelingen en DDS-beheerders interactiever worden, hun muis vaker verruilen voor het toetsenbord. En intikken wat ze op hun hart hebben.
Ik verklaar bij deze het genootschap bovengronds.
© Marianne van den Boomen