Wat cyborgs om het
lijf hebben
Uit: De Groene Amsterdammer van 7 december 1994
Marianne van den Boomen
De cyborgs zijn onder ons. Ze zijn gekomen uit de ruimte en de tijd.
Ze hebben zich een poosje
schuil gehouden in science-fictionverhalen en teksten over
postmodernisme en biotechno-politiek, maar nu hebben ze zich
gemanifesteerd. Letterlijk: bijna tien jaar nadat de biologe
Donna Haraway de eerste versie publiceerde van haar
cyborgmanifest, is er nu een Nederlandse vertaling. Met deze
manifestatie hebben cyborgs cybernetische organismen handen
en voeten en een smoel gekregen.
Cyborgs zijn
wonderlijke wezens. Ze bestaan in principe uit taal, maar met
elk woord dat ze aantrekken, krijgen ze meer om het lijf,
krijgen ze überhaupt een lijf. Met alle getob van dien.
Sneu toch een beetje voor ze. Want oorspronkelijk ooit,
ergens was de cyborg een metafoor, een taalconcept, dat nu
juist in het leven was geroepen om eens van dat geklooi met
lichamen af te komen. De cyborg was verzonnen om een taal te
maken waarin je kon praten en nadenken over de wereld zonder
dat je mensen vastpinde op een of andere 'essentie', die op
hun lichaam of op het gebruik ervan was geprojecteerd. Zulke
projecties hadden al genoeg ellende gebracht: indelingen in
mannen en vrouwen, in rassen en soorten, in zieken en
gezonden, in he en ho, in lijfonteigenden en lijfeigenaars.
Lichaamscategorieën zijn kennelijk handige kapstokken
voor maatschappelijke plaatstoewijzingen, varië rend
van
regelrechte uitmoording en uitbuiting tot bepaalde
privileges. En als er geen herkenbare lichaamcategorie
voorhanden was om een bepaalde groep eronder te krijgen, dan
werd zo'n categorie desnoods wetenschappelijk bedacht. Zoals
de koloniale rassenleren en de nazistische eugenetica, maar
ook meer hilarische pogingen als het gesteggel over het
soortelijk gewicht van vrouwenhersenen.
Nu waren er wel
politieke bewegingen te organiseren op basis van het
ingedeeld zijn aan een van de 'verkeerde' kanten arbeiders,
vrouwen, zwarten, homo's maar zo'n identiteitenpolitiek
schoot toch niet echt op. Ten eerste zijn de indelingen
altijd overlappend. De politieke buitenplaats van pakweg
vrouwen in de arbeidersbeweging, of zwarte vrouwen in de
vrouwenbeweging leidde uiteindelijk tot eindeloze
afsplitsingen van steeds kleinere groepjes op basis van
gemeenschappelijke, samengestelde identiteiten. Groepjes die
nog maar verdomd kleine vuistjes konden maken.
Ten
tweede was er de klassiek paradox van elke
identiteitspolitiek: je organiseren op een noemer om te
bewerkstelligen dat die noemer er gewoon niet meer toe doet.
'Wij vrouwen eisen de afschaffing van de mythische categorie
vrouw' tja, daar kun je je aardig in verslikken. En sommige
dingen wil je bovendien wèl specifiek voor vrouwen
whatever that may be geregeld hebben. Abortus
bijvoorbeeld. Duidelijk een vrouwenpunt, toch? Want mannen
ondergaan per definitie nooit een ongewenste zwangerschap.
Maar eh, zo worden 'vrouwen' wel weer gereduceerd tot het
'feit' dat zij kinderen kunnen baren. En kinderopvang, ook
zoiets: een typisch 'vrouwenpunt', terwijl het punt juist is
dat het dat niet moet zijn.
De politieke eis van
zelfbeschikking over het lichaam van welke categorie dan ook
en inspraak bij het gebruik ervan bleek hoe dan ook niet
genoeg om de wereld bewoonbaar voor iedereen te maken.
Gelijkheid eisen was niet genoeg, verschil maken was niet
genoeg. Was er geen politieke identiteit te verzinnen die
rekenschap kon geven van soms gelijkheid, dan weer verschil,
maar altijd van variatie en verbindingen? Ja: de cyborg, het
prototype van door elkaar gehusselde wezensvreemde
elementen.
Het waren immers de gefixeerde indelingen op
zich die het kwaad aanrichtten. Indelingen gebaseerd op
mythes en ficties die voortdurend worden ge(re)produceerd in
de wetenschappen (biologie, genetica, geneeskunde, maar ook
economie, literatuurtheorie en sociale wetenschappen), de
techniek, de media, het onderwijs etcetera. Verhalen over
oorsprong en bestemming. Veelkoppige monsters die moeilijk te
bestrijden zijn, waar geen simpele politieke slogans voor te
verzinnen zijn. Want wie gaat er nu lopen achter het
spandoek: 'Er bestaan geen rassen, er bestaat alleen racisme;
er bestaan geen seksen, er bestaat alleen seksisme'? Dat
lijkt weliswaar een beetje op Althussers credo: 'De
klassenstrijd constitueert de klassen, niet andersom', maar
de politieke beweging daarachter dreef zowel op helderder
spandoeken als op het Communistisch Manifest, dat
tegenwoordig niet meer zo aanspreekt.
Nee, een spandoek
is niet meer genoeg. Een manifest dan maar, daar kun je in
elk geval meer woorden in kwijt. Zo kwam Donna Haraways
politieke cyborg tot stand: een verzetsfiguur, samengesteld
uit feit en fictie, die de gangbare indelingen die even goed
mengsels zijn van feit en fictie bespot, bekritiseert,
deconstrueert, laat zien hoe arbitrair ze zijn, ze mixt en
mengt, er andere voor in de plaats stelt, en net als je aan
zo'n nieuwe assemblage gewend bent alweer componenten
ontkoppelt. Zowel om de lol en het inzicht dat gepaard gaat
met dit aan- en afkoppelen, als om de politieke inzet ervan.
De cyborg is een 'ironische politieke mythe' die wordt
ingezet tegen de andere politieke mythen die de wereld laten
draaien.
En je hoeft die cyborg niet eens van ver te
halen, het is een kwestie van een ander perspectief op je
zelfbeeld, op je gesitueerdheid in deze wereld en deze tijd.
Haraway schrijft: 'Onze tijd, het eind van de twintigste
eeuw, is een mythische tijd: we zijn allemaal hersenschimmen,
getheoretiseerde en gefabriceerde hybriden van machine en
organisme. Wij zijn kortom cyborgs.'
De cyborg
bestaat uit fictie en sociale realiteit, zoals de hele wereld
bestaat uit kluiten van taal en materialiteit. Maar waar de
'informatica van overheersing' hard werkt aan de stolling en
fixatie van die kluiten, met vooral een beroep op 'de
natuur', peutert de cyborg elke kluit weer uit elkaar:
'Natuur? Mijn natuur is dat ik in elkaar gezet ben,
samengesteld uit componenten die soms natuur heten en soms
cultuur, maar dat zijn altijd benoemingen vanuit een sociale
gesitueerdheid. En waar dat wordt ontkend, gaan mijn plugjes
wantrouwend overeind staan, want strijk en zet wil men mij
dan op een plaats houden die weinig goeds belooft. Natuur?
Natuur (TM) zal je bedoelen; er is geen natuur anders dan
gepatenteerde handelswaar. Cultuur? Cultuur (c) zal je
bedoelen; er is geen cultuur anders dan talige
coderingen.'
Karin Spaink schrijft dan ook in haar
inleidende essay bij het cyborgmanifest: 'Cyborg zijn heel
gewone mensen; ze denken hooguit meer na.' Cyborgs denken
na over de wijze waarop ze zijn gefabriceerd in plaats van
zich suf neer te leggen bij een of andere natuurlijke
essentie. En ze denken na over hoe hun fabricage verbonden is
met de technologie, de wereldeconomie, het in- en uitsluiten
van telkens weer andere (maar ook vaak dezelfde)
gecategoriseerde wezens. En nemen daar als het even kan
verantwoordelijkheid voor, zo bepleit Haraway.
Nou, nou,
het lijkt de heiland wel. Of een feministische godin.
Hé, daar was die cyborg toch juist tegen ingezet?
Inderdaad, hier begint het te schuren. Want cyborgs zijn niet
onschuldig. Ze komen niet uit het verloren paradijs en
brengen dat ook niet terug. Cyborgs zijn geen haar beter dan
gewone mensen. Geen enkele politieke mythe is onschuldig, ook
de cyborg niet. Het verhaal over de cyborg-als-politieke-
verzetsfiguur is echter maar één
oorspringsverhaal, en de cyborg zelf leert ons dat je altijd
wantrouwend moet staan tegenover oorsprongsverhalen, dat je
daar een ander verhaal tegenover moet stellen.
Goed,
ander oorsprongsverhaal. De cyborg is het produkt van een
doorgedraaide militair-technologisch-economische wereldorde.
De cyborg is in elkaar gezet in laboratoria,
wetenschappelijke teksten en ruimtevaartplatforms met geen
ander doel dan de oorlog te winnen, geld te verdienen en nog
gedetaileerder taxonomieën te maken om lastige klanten
op hun plaats te houden. De cyborg bestaat uit de formule C3I
Commando, Controle, Communicatie, Informatie en biedt de
ideologie en de werktuigen om dat wat er in deze
gedenaturaliseerde, volstrekt in cultuur gebrachte wereld nog
over is aan stukjes organisme (plantaardig, dierlijk of
menselijk) in te lijven in de informatica van de beheersing.
De eerste cyborg was een militair monstrum, een gedresseerde
aap, die gekoppeld aan zijn ruimteschip outerspace werd
gestuurd. Cyborgs zijn besmettelijk als een virus en
produceren steeds meer kopieën van zichzelf; de ondoden
gekluisterd aan hun tv of computer, of virtueel opgenomen in
onzichtbare netwerken van registraties en databanken, vormen
evenzovele ingelijfde cyborgs. Deze cyborgs vormen de
hedendaagse lijfeigenen; hun lijf is bepaald niet eigen en al
helemaal niet naar believen aan- of af te koppelen.
Da's
andere koek. Zo'n imperialistische cyborg kun je maar beter
een kopje kleiner maken. Ware het niet dat je dan in eigen
vlees snijdt, want die cyborg is niet buiten ons: wij zijn
het zelf, wij zijn volstrekt vergroeid met technologie. Het
is te laat om te ontkoppelen, en er is trouwens ook nooit een
moment geweest waarop het niet te laat was. Want wij werden
niet pas cyborgs toen wij de technologie letterlijk in ons
lichaam gingen inbouwen met pacemakers, inentingen,
contactlenzen, kunstgebitten en spiraaltjes. Wij waren al
cyborgs toen wij ons lichaam voorzagen van verlengstukken als
pistolen, auto's, en magnetronovens ja, zelfs vuistbijlen en
vuurstenen zijn zulke technologische verlengstukken. Elke
cultuur is technologisch, elke cultuur bestaat uit het
gebruik van gereedschappen en de daarin gestolde kennis. De
technologische cultuur ìs de menselijke natuur; de
menselijke geschiedenis is geen weg van natuur naar steeds
meer cultuur, hoogstens een weg naar een steeds complexere
cultuur, compleet met verlengstukken van de geest: boeken,
theaterstukken, rekenmachientjes, computers.
Het heeft
dus niet zoveel zin om 'uit naam van de natuur' botweg tegen
technologie te zijn, ook al brengt zij nog zo veel nadelen en
vernietiging met zich mee. Het heeft evenmin zin om 'uit naam
van de vooruitgang' te denken dat de technologie uiteindelijk
alle problemen wel zal oplossen. Er zijn meer posities
denkbaar dan slechts technofobie of technofilie. En nee, de
waarheid ligt ook niet ergens in het midden. De waarheid is
een variabele van de werkelijkheid en die zit in de buik van
het technologiebeest. Kruip erin, zegt Haraway, kruip diep in
de buik van het beest en zie van daaruit welke verbindingen
en constructies er toe doen en welke niet. Plug in, log in,
schakel door, schakel sommige elementen uit en andere aan,
als een cyborg.
En laat je niet verlammen door de vraag
'of de mens nog wel greep kan hebben op de technologie'. Wie
denkt buiten te kunnen blijven, verliest in elk geval de
greep, want er is helemaal geen buiten. Wie zich 'buiten'
denkt, meent dat de controle binnen naadloos en totaal is,
terwijl daar juist voortdurend gaten vallen. Uitermate
gevaarlijke gaten, zoals in lekkende kernreactoren,
automatische atoomraketten, slecht beveiligde
computersystemen of slordige laboratoria, maar ook vrolijke
gaten, storingen, ruis, plekken waar cyborgs een
tegencultuur/tegennatuur kunnen maken. Zoals hackers die
gratis Internet-toegang gaan aanbieden. Zoals feministische
biologen die ontrafelen hoe wetenschappelijke
categoriseringen in zogeheten 'vrouwelijke' en 'mannelijke
hormonen' zijn ingegeven door sociale structuren en rare
vooroordelen. Zoals transseksuelen die afzien van hun
allerlaatste operatie, gewoon omdat ze hun 'onaffe'
seksevariant toevallig plezierig vinden. Geen systeem zo
totalitair of er zit wel een gaatje in.
Er zijn nog
meer oorsprongsverhalen te vertellen over cyborgs. In
science-fictionverhalen en -films lopen ze al langer rond:
robots, mensmachines, vrouwmannen, klonen, mutanten,
androïden, replica's, ontsnapte proefdieren,
ruimteschepen met een weldenkende of gevoelige geest,
cyberpunks met plugjes in hun hoofd waarmee ze hun brein
kunnen aansluiten op de wereldmatrix. Een kleurrijk
gezelschap van allerhande mengsels van cybernetica en
organica, die niet zelden de mensheid een lesje leren in
menselijkheid en verantwoordelijkheid.
Zeker, het zijn
vaak verhalen van oorlog, handel en machtswellust, maar ook
van politieke tegenculturen, postmoderne dilemma's en
paradoxen, filosofische lichaam-geestkwesties en de willekeur
van de afbakeningen tussen eigen en vreemd.
Leerzaam,
zulke science-fiction. Toen een vriendin van mij thuis
probeerde uit te leggen waarover haar damessalon van die
middag was gegaan cyborgs en feminisme wist haar 13-jarige
zoon tot haar verbijstering alles over cyborgs. En hij wist
ook het antwoord op de brandende vraag van die dag: 'Nee,
natuurlijk zijn cyborgs geen vrouwen. Anders zouden ze
kinderen moeten krijgen.' Waarschijnlijk kan de jongere
generatie opgegroeid met tv en elektronica uberhaupt sneller
uit de voeten met de cyborg. Een vijfjarig jochie, na het
drinken van limonade zonder prik, waardoor hij zijn
gebruikelijke boer niet kon produceren meldde mij eens: 'He,
mijn batterijen zijn op!'
Maar welk
oorsprongsverhaal je ook vertelt, het blijft een verhaal. De
cyborg bestaat alleen maar in verhalen, is volledig opgebouwd
uit taal en genereert alleen maar taal. Nou is taal een raar
fenomeen, want elke fictie blijkt zijn eigen feiten te kunnen
creëren. Elke benoeming is een leugen, maar dat neemt
niet weg dat elke benoeming een keten van toeschrijving,
afstemming, handelen en ingrijpen activeert. Om benoemingen
als pakweg God worden per slot van rekening al eeuwen
oorlogen gevoerd.
Dat betekent nu ook weer niet dat je
met taal alles waar kunt maken wat je maar wilt, maar wel dat
het gevecht om de inrichting van de werkelijkheid gebeurt met
de taal. En dat geldt ook voor technologie. Haraway schrijft
daarover: 'Technologische determinatie is nu vervangen
door de heruitvinding van machines en organismen als
gecodeerde teksten, als ingeschreven coderingen met behulp
waarvan we ons bezighouden met het schrijven en lezen van de
wereld.' Inderdaad, micro-elektronica, DNA-decodering en
Internet-gebruik zijn complexe vormen van het lezen en
schrijven van de wereld. En dus van het inrichten van de
wereld. Alleen hebben deze teksten geen identificeerbare,
aansprakelijke auteurs meer: 'Schrijven, macht en
technologie zijn oude bekenden in westerse verhalen over de
oorsprong van de beschaving, maar deze schaalverkleining
heeft onze beleving van mechanismen veranderd.' Het enige
wat erop zit is terugschrijven: 'Schrijven is bij uitstek
de technologie van cyborgs. Cyborgpolitiek is de strijd voor
taal en de strijd tegen de perfecte communicatie.' Ook al
weet je niet naar welk adres je je herschrijvingen moet
sturen de cyborgbundel van de vrouwenstudiesclub rond Rosi
Braidotti heet niet voor niks Poste restante:
Feministische berichten aan het postmoderne.
De
cyborg is dus in feite een informatieverwerkend systeem, een
lees- en schrijfmachine. Niettemin tobt deze vrolijke of
boosaardige tekstverwerker heel wat af met zijn/haar (daar
heb je het al, het probleem van de geseksueerde taal)
lichaam. Net als 'gewone mensen': Moet ik een griepprik
halen? Zit het agressie-gen in mijn familie? Hormonen slikken
of melk drinken tegen broze botten? Prenataal onderzoek laten
doen? Een doorsmeerbeurt bij de dokter, de
schoonheidsspecialiste of het fitnesscentrum? Lichamen van
cybernetisch en organisch materiaal moeten net zo goed worden
gerepareerd en gereproduceerd, en zijn net zo goed onderhevig
aan veroudering, verval, ziekten en storingen. Met
technologie kun je ingrijpen, maar elke beslissing (ook
beslissingen die bestaan uit 'het gewoon maar zo laten')
heeft specifieke gevolgen. De klassieke grove
lichaamscategorisaties mogen dan gedeconstrueerd en verfijnd
zijn tot micro-elektronische kleinschaligheid en DNA-
gepriegel, weg zijn ze bepaald niet.
Zelfs niet in
cyberspace, de ultieme cyborgleefwereld van de
computernetwerken, waar de aangekoppelde cyborgs slechts
lichaamloos verschijnen als tekstverwerkende of van hyperlink
naar hyperlink klikkende inlognamen. Wie denkt dat een
lichaamscategorisatie als sekse er op het Net niet toe doet,
vergist zich lelijk. Ten eerste blijken de Net-cyborgs voor
meer dan zestig procent IRL (net-jargon voor in real
life) een mannenlichaam te hebben. Zij die toevallig een
vrouwenlichaam bezitten, hebben immers nog altijd duizend-en-
een dingen tegelijk aan hun kop daar is niks aan
gedeconstrueerd, helaas. Cyborgs met een vrouwenlichaam zijn
nog steeds geformatteerd tot dagelijksheid en nut, niet tot
monomaan hobbyisme en drang tot avontuur disposities die
verleiden tot aansluiting op het net.
Ten tweede is het
zo dat veel cyborgs met een mannenlichaam het ook op het Net
niet kunnen nalaten te spelen met hun geslachtsorganen
letterlijk of figuurlijk en daar cyborgs met een
verondersteld vrouwenlichaam bij proberen te betrekken, via
e-mail of twee-aan-twee talk-requests. Niks gefixeerde
identiteit voorbij, niks sekse voorbij voor wie toevallig een
typische meisjesnaam als inlognaam gebruikt. (Zo zie je maar
weer dat het om naamgeving en projecties gaat, dat gedoe met
de seksen, en nauwelijks met lichamen.) Velen hebben dan ook
schielijk hun sekseverraderlijke inlognaam veranderd in een
meer neutrale. Ook andersom komt trouwens voor: IRL-heren die
een meisjesinlognaam nemen en als gender-benders over het Net
zwieren. Om niet zelden verbijsterd te raken over het gedrag
van hun seksegenoten; sommigen worden er warempel een beetje
feministisch van. Niettemin ontstaken vele IRL-vrouwen in
grote woede toen bleek dat ene Joan, die zich op het Net had
ontwikkeld tot een soort Lieve Lita voor vele door zielepijn
getergde vrouwen, IRL een mannelijke psychiater bleek te
zijn. Tegenwoordig gaan velen er maar van uit dat een Net-
cyborg met een vrouweninlognaam IRL een man is, totdat het
tegendeel is bewezen. Maar ja, hoe doe je dat waarschijnlijk
met controlevragen over het tussenbeense. En zo zijn we wel
heel erg ver verwijderd van de lichaamloze cyborg.
Het is niet toevallig dat met name feministen de cyborg
hebben omhelsd. Feministen verzetten zich immers tegen
categorisaties op basis van sekse, pulken veronderstelde
natuurlijke essenties uit elkaar en blijven tobbend zitten
met losse eindjes lijfelijkheid. De cyborg is een vruchtbaar
concept om ook eens buiten de cirkel van sekse en
vrouwelijkheid te treden en lijnen door te trekken naar
andere technologische constructies en categorisaties.
Niettemin blijven de bijdragen in de bundel Poste
restante angstvallig binnen die cirkel, wellicht omdat ze
voortkomen uit een academische vrouwenstudiesbenadering.
Natuurlijk is het zinvol om eens uit te pluizen hoe het nu
zit met de feministische verantwoordelijkheid en ethiek van
de cyborg, of hoe bizarre juridische pogingen om de nieuwe
sekse van een geopereerde transseksueel 'zuiver' te houden,
het is aardig om een analyse tegen te komen van een paar
science-fiction-boekjes die je nog niet had gelezen, maar mag
het wat minder schools en academisch? Natuurlijk, het gaat
hier om bijdragen uit de koker van vrouwenstudies, en het
gaat wat ver om te eisen analoog aan de gang naar de
fabrieken in de jaren zestig van linkse studenten maar toch.
Deze cyborgs staan wel erg ver weg van Haraways visioen:
'Ik zou me graag cyborgclubs voorstellen die zich
toeleggen op conversie van de laboratoria die de
technologische apocalyps het extreemst belichamen en er
werktuigen voor uitspuwen; cyborgclubs die zich wijden aan
het bouwen van een politieke vorm die in staat is zulke
uiteenlopende creaturen als heksen, ingenieurs, ouderen,
perverten, christenen, moeders en leninisten lang genoeg
bijeen te houden om de staat te ontwapenen.'
Ik geef
toe: een rare mix van ouderwets anarchisme, New Age en
techno-feminisme, maar altijd nog beter dan de mix van terug
naar de natuur, technofilie en naïef gezinsdenken zoals
bijvoorbeeld Pauline Terreehorst dat verwoordt in Het
boerderijmodel: Wenken voor een postmodern gezin. Zij
propageert het nieuwe gezin, waarbij man en vrouw beiden
thuis telewerken, als de oplossing voor milieuproblemen en de
zorg voor kinderen. Afgezien van het feit dat je daar veel
grotere huizen voor nodig hebt (ten koste waarvan?), gaat zij
er van uit dat alle werk bestaat uit leuk, intellectueel
schrijfwerk (haar ideale paar bestaat uit een filosoof en een
journaliste) en denkt zij dat telewerkende mannen en vrouwen
automatisch even veel zorg- en huistaken op zich nemen. En
wie denkt dat elke kamer een keuken kan worden door er een
magnetron in te zetten, heeft nooit begrepen waar
keukenkasten, kranen, spoelbakken en GFT-containers voor
zijn: rommel opruimen. Joke Smit had gelijk: 'Huisvrouwen
zullen pas bevrijd zijn als er een anti-rotzooirobot op de
markt komt.'
De cyborg is geen universele anti-
rotzooi robot. Karin Spaink schreef in haar inleiding: 'De
cyborg is voornamelijk een rondzingend idee en is zelden
uitgewerkt.' Vervang hier 'cyborg' door 'mens' en je weet
wat je te doen staat. Want een mens is nooit uitgewerkt.
Donna Haraway, Een cyborgmanifest. Met een
uitstekende inleiding van Karin Spaink. Uitgeverij De Balie,
171 blz., f25,-
Rosi Braidotti (red.), Poste restante:
Feministische berichten aan het postmoderne. Uitgeverij
Kok Agora, 157 blz., f35,-
Pauline Terreehorst, Het
boerderijmodel: Wenken voor een postmodern gezin.
Uitgeverij De Balie, 117 blz., f24,50