Digitale duiten
Geld rolt nog wel, maar rinkelt steeds minder. Na de
pin-pas en de creditcard komen de chipknip en digitaal
Internet-geld. Ontstaat er een virtuele schaduweconomie?
VROEGER, HEEL VROEGER, betaalde je met een
everzwijn, een
buidel goudstukken of een zak graan. In de loop der tijd
heeft het slijk der aarde zich echter steeds meer losgezongen
van zijn oorsprong. Er kwamen bankbiljetten en giraal geld -
geld dat in feite slechts bestaat uit informatie: wat cijfers
op een stuk papier, waarvan we aannemen dat er uiteindelijk
baar geld of produkten voor te krijgen zijn. Het wordt echter
meer gedekt door vertrouwen dan door goud.
Hedendaags geld rolt nog wel, maar rinkelt niet. Bancair
betalingsverkeer bestaat uit informatieuitwisseling, het
versturen van messages over het medium van digitale
netwerken. En het einde van deze kapitale informatisering is
nog lang niet in zicht: het medium zal steeds meer de
message zelf worden, geld zal steeds digitaler worden,
steeds meer bestaan uit zuivere bits & bytes.
De digitalisering van het geld neemt verschillende vormen
aan. De uiteinden van de computernetwerken komen steeds meer
in handen van de betalers zelf. Bekend is natuurlijk de
flappentap en de pin-betaalautomaten die op steeds meer
toonbanken verschijnen. Via het netwerk wordt je saldo
gecheckt en bijgesteld na opname of betaling.
Het kan ook thuis, achter je eigen computer. Met de juiste
software en een modem bel je in op je eigen bank- of
girorekening en kun je elektronisch thuisbankieren:
rekeningen betalen, overschrijven naar spaarrekeningen en
saldoinformatie opvragen, 24 uur per dag. Contant geld
opnemen is er niet bij, maar verder gaat het om dezelfde
bankhandelingen die je anders op papier verricht.
TOT VOOR KORT kon elektronisch thuisbankieren alleen door
direct te modemmen naar het betreffende systeem van de bank;
via het al te open Internet was het te onveilig. Een
betalingsbericht dat op zijn route naar de bank langs
verschillende Internet-computers gaat, viel relatief
eenvoudig te onderscheppen, met alle fraudemogelijkheden
vandien.
De ontwikkelaars van encryptie-software - programmatuur om
digitale berichten min of meer onkraakbaar te versleutelen -
zitten echter niet stil. Onlangs heeft de eerste virtuele
bank dan ook haar deuren geopend op het Internet. De Security
First Network Bank heeft vijftig mensen in dienst, maar geen
gebouw en geen loketten waar je werkelijk naartoe kunt. Je
kan er via het Internet (http://www.sfnb.com) een rekening
openen, betalingen verrichten en financieel advies krijgen.
De beveiliging gaat onder andere via Netscape, het meest
gangbare en gratis programma voor het multimediale
Internet-deel. Nu is ook die versleuteling te kraken, maar
daar zijn wel twintig gekoppelde supercomputers voor nodig,
die twee dagen op volle toeren draaien. Dat betekent zo'n
tienduizend dollar aan rekentijd - voor de ontcijfering dus
van slechts één zo'n gecodeerd bericht.
Het publiek heeft er wel vertrouwen in: in de eerste week van
haar bestaan kon de bank vijfhonderd nieuwe rekeninghouders
noteren. Vooralsnog is het trouwens buiten Amerika niet
mogelijk om een op die manier beveiligde rekening te openen
bij de Security First Network Bank, vanwege het Amerikaanse
exportverbod op de gebruikte 'sterke' encryptie-software.
Gaat het overmaken van geld nu ook sneller bij zo'n virtuele
24-uurs bank? Nou, niet echt - de bank waarschuwt dat je er
toch wel vier dagen voor moet rekenen, en soms tien. Dat zou
dan vooral te maken hebben met het feit dat een
overschrijving naar een rekening bij de meeste niet-virtuele
banken toch nog omslachtig per post moet. Maar ook in
cyberspace blijft dus de vraag wie er toch rente trekt van
een bedrag dat bij jou al is afgeschreven, maar bij de
ontvanger nog niet is aangekomen.
Dit soort elektronisch thuisbankieren werkt nog met een
klassieke giro- of bankrekening. Dat geldt ook voor
netwerkachtige betalingen met een pin-pas en een creditcard.
Er zijn inmiddels echter steeds meer vormen van digitaal
plastic geld die niet zijn gekoppeld aan een rekening, en die
vooral bedoeld zijn voor kleine bedragen. Een gewone
telefoonkaart bijvoorbeeld, die betaal je cash, en dan heb je
in feite een debetcard. Ook bedrijfskantines en
koffieautomaten werken steeds vaker met zulke kaarten.
Sommige van die kaarten zijn eenmalig: als hun waarde is
opgesoupeerd, moet je een nieuwe kopen. Andere kun je weer
opladen als ze leeg zijn. Ziedaar de chipknip.
Het opladen van die chipknips gebeurt met speciale openbare
automaten, waar meestal contant geld in moet worden
geworpen, maar het is een fluitje van een cent om dat weer
te koppelen aan een bank- of girorekening. Of aan de
telefoonrekening: PTT Telecom heeft aangekondigd dat de
Scope-telefoonkaart binnen een jaar ook te gebruiken is voor
openbaar-vervoerabonnementen, video op verzoek, telewinkelen
en chipknipbetalingen. Tijdens een proef in Zeeland werden
er binnen een week 50.000 van die luxe Scope-kaarten
verkocht.
Het is niet ondenkbeeldig dat contant geld al uit het
dagelijks leven verdwenen zal zijn voor de Euro-munt er goed
en wel is. Want het gevecht om de chipknip is begonnen.
Interpay, de betalingsverkeersorganisatie van de banken,
heeft in Arnhem een eigen chipknip ingevoerd, voor betalingen
tot 35 gulden. Frappant genoeg toonden vooral ouderen grote
interesse.
De Postbank en de PTT hebben net - los van de
Interpay-banken, los van de Scope-kaart - een
multifunctionele chipkaart aangekondigd, eentje waarmee je
kunt betalen, opbellen en benzinepunten sparen. Heel slim: er
komt ook een magneetstrip op de smartcard, zodat je er ook
gewoon mee kunt pinnen. Interpay is not amused.
En er zijn meer kapers op de digitale goudkust. De
Informatie Beheer Groep werkt aan een landelijke
Studentenchipkaart, niet alleen als digitale college- en
OV-jaarkaart, maar ook als chipknip voor parkeergelden,
koffieautomaten en telefoongesprekken. In Asten en Alphen aan
de Rijn is er de Primeurcard, met 125 betaalpunten in lokale
winkelcentra. De regionale busbedrijven zien wel wat in de
Primeurcard als digitale strippenkaart, en verschillende
supermarktketens zien de Primeurcard graag landelijk
ingevoerd. Albert Heijn komt los daarvan binnenkort met een
eigen chipknip, Vendex denkt erover. De banken hebben
dadelijk compleet het nakijken; er ontstaan tientallen aparte
digitale betalingscircuits buiten het bancaire circuit.
Dat de meeste smartcards en chipknips ook leuke databankjes
vormen van tot in detail gevolgd consumeergedrag, kan
waarschijnlijk weinigen schelen. Gezien het massasucces van
de Airmiles - met smartcards die elke aankoop digitaal
registreren ten behoeve van marketing en direct mail - taalt
de consument die voordeel of gemak ziet, nauwelijks naar
privacy.
NAAST DE CHIPKNIP is er nog een gat op de digitale geldmarkt:
Internet-geld. Nu steeds meer bedrijven en winkels zich op
het Internet begeven, wordt het interessant om niet alleen
direct op het Net te kunnen bestellen maar ook te kunnen
betalen. De chipknip, met al die verschillende apparaten en
standaarden, is vooralsnog niet geschikt voor de computer.
Het per e-mail versturen van je creditcard-nummer was wel
altijd mogelijk, maar tot voor kort te onveilig. Microsoft
werkt nu met Visa aan een versleutelingsprotocol, evenals IBM
met Mastercard en Eurocard.
Creditcard-transacties zijn echter relatief duur en daardoor
niet geschikt voor kleine, snelle betalingen, waar juist op
het Net behoefte aan is: een paar cent voor een opgevraagd
artikel of een foto, een paar gulden voor opgehaalde
software. Ook op dit gebied zijn verschillende clubs in een
meer of minder gevorderd stadium in de weer: KPN Multimedia,
Interpay, Rabobank, het Amsterdamse Centrum voor Wiskunde en
Informatica.
Maar de meeste aandacht trekt ecash van het
Amerikaans-Amsterdamse bedrijf DigiCash
(http://www.digicash.com). Het is er al een jaar in
experimentele vorm: ecash, ofte wel electronic
cash voor netbetalingen. Electronic omdat dit geld
uit niks anders bestaat dan computerbestanden van unieke
cijferreeksen. Deze random gegenereerde cijfers maakt
de betaler thuis op de computer aan met speciale software, en
moeten vervolgens door een bank worden voorzien van een
digitaal 'echtheidsstempel', zeg maar een digitale
handtekening. Cash, omdat je zo werkelijk een vorm
krijgt van digitale contanten, virtuele munten. Met dezelfde
mogelijkheden dus om anoniem te betalen als met gewoon
contant geld - dat wil zeggen: zonder dat je je complete
visitekaartje plus consumptieprofiel achterlaat bij de bank
of de winkelier. Dat heeft te maken met de wijze van
versleuteling en de digitale handtekeningen: dat gebeurt
zodanig dat wel de betaalde maar niet de betaler bekend is
bij het banksysteem. Een soort kasboekhouding dus.
Tegelijkertijd garandeert de encryptie dat de virtuele munten
niet vervalst of gekopieerd zijn.
En precies dat maakt ecash anders dan al die andere vormen
van cyber-geld. Het is niet onwaarschijnlijk dat de
Internet-gemeenschap meer waarde hecht aan privacy dan het
Airmiles-deel van de bevolking, en volgens David Chaum van
DigiCash is de ecash-proef een groot succes geworden:r
60.000 Internetters en zo'n honderd Internet-winkeltjes (met
produkten variërend van software, plaatjes en spelletjes
tot 'virtuele aandelen', ansichtkaarten en horoscopen) deden
mee. Maar ja, dat was spelen met speelgoedgeld: je kreeg als
deelnemer honderd cyberbucks die buiten de aan het
experiment deelnemende cybershops geen enkele waarde
hadden. En eerlijk gezegd waren de produkten van de
Internet-winkeltjes er ook een beetje naar: vergelijkbaar
spul is elders op het Net gratis te vinden.
Digicash heeft inmiddels een heuse niet-virtuele bank bereid
gevonden met zijn ecash-concept in zee te gaan. Bij de Mark
Twain Bank in St. Louis, Missouri, zijn de digitale duiten
van ecash om te zetten in harde dollars of welke andere
valuta dan ook, althans als je een rekening bij die bank
opent. Bij de Mark Twain Bank - what's in a name?
alle geld is toch fictie - werken in elk geval tien mensen,
die zichzelf op het Internet (http://www.marktwain.com)
presenteren. Een van hen werkt er al sinds 1981 en 'is er
sindsdien niet in geslaagd een andere baan te vinden'.
Hoewel de bank soms wat jolig klinkt en hoewel het
cyberbucks-experiment in feite bestaat uit een autonoom
ruilcircuit met een eigen munteenheid - in feite een
Nets, een Network Exchange and Trade System - lijkt
hier toch een kapitale revolutie te ontkiemen. Bankieren zal
na een massale ingebruikname van digitaal geld nooit meer
hetzelfde zijn. Op z'n minst zijn er rare branchevervagingen
gaande: de Rabobanken worden binnenkort ook
Internet-providers (algemene toegangaanbieders),
grootgrutters gaan hun eigen betaalcircuit opzetten en de PTT
gaat telefooncellen geschikt maken voor het opladen van
chipknips. En als er steeds meer Nets komen zonder
tussenschakel van officiële banken, ontstaat er een
geheel autonome Internet-economie. Een economie waar het
moeilijk inkomstenbelasting of rente heffen is.