Uit: I&I nummer 4 augustus 2002
© Marianne van den Boomen
Van monomedia en multimedia
Nog zo'n gedoodverfd kenmerk van 'nieuwe media' en Internet: multimedialiteit. De goeroes, marktvoorspellers en mediatheoretici hebben er de mond vol van. Multimedia, hypermedia. De totale integratie van beeld, beweging, geluid, en interactie. De ineenvoeging van tv, radio, telefoon, spelletjes en Internet. De ineenvloeiing van programmamakers, ontwerpers, scriptschrijvers, publiek, zenders en ontvangers. Alle apparaten en mediaspelers naadloos, digitaal en virtueel verbonden. En het liefst zo onzichtbaar en weerstandsloos mogelijk.
Is die hypermultimediale droom al werkelijkheid? Nauwelijks, eigenlijk. Ga eens een paar uur surfen op het net, en turf eens hoeveel sites u tegenkomt waarop geluid klinkt. Wat zal het zijn: één op de twintig?
Bewegende beelden dan. Tja, pop-up schermen en blinkende, wisselende reclamebanners genoeg, maar verder is het nogal mager - één op de dertig sites heeft misschien bewegende beelden. Nog afgezien van het feit dat u vaak eerst nog een of ander stuk software (RealPlayer, Flash) moet installeren - hoezo naadloze integratie? En als u een site tegenkomt waarop u op de openingspagina moet kiezen tussen de HTML- of de Flash-versie, wat kiest u dan? Goed, u kunt het de eerste keer vaak niet laten, maar eigenlijk weet u wel beter: de kans dat zo'n Flash-ornament iets zinnigs toevoegt, is erg klein. En zeg eens eerlijk: bezoekt u wel eens een virtuele 3D-wereld, net zo'n avatar? Okee, als u tussen de tien en de twintig jaar bent, kent u vast game-werelden als Quake, maar vermoedelijk zit u dan toch vaker te chatten bij TMF of Foxkids.
Laten we wel wezen: de meeste sites zijn stil en stilstaand. Beeld en tekst, daarmee hebben we het wel gehad. Of beter gezegd: daarmee zullen we het moeten doen.
Is dat erg? Welnee, voor de dagelijkse digitale informatie- en communicatiebehoefte voldoet dat uitstekend. Aan de meeste interactie komt zelfs geen beeld te pas. Tekst volstaat. Simpele, electronisch getikte tekst, laten we het e-tekst noemen. E-tekst in e-mail, in webfora, in chatrooms, in sms-berichtjes.
Mooie uitvinding, tekst. Een ouderwets monomediaal medium uit een vervlogen tijdperk, het drukwerktijdperk. Maar wat doet u nu het meest met uw PC of op het Internet? U gebruikt uw toetsenbord om tekst te tikken. Tekstverwerking is de killer application van de PC, e-tekst is de killer application van het Internet. Ondanks alle hype over multimedia en bandbreedte, is tekstuele interactie nog altijd de motor achter de meeste Internet-vernieuwingen. Zelfs het Web brak pas echt door toen er interactieve webfora en webchatrooms mogelijk werden. Immers, vanaf dat moment stond het Web niet meer onder de alleenheerschappij van de webmasters. Terwijl webbezoekers daarvoor slechts konden klikken van voorgeprogrammeerde hyperlink naar hyperlink, kunnen zij nu hun hele toetsenbord gebruiken - iets wat voorheen slechts mogelijk was buiten het Web, via e-mail, nieuwsgroepen en IRC-kanalen.
Dat betekende ook de opkomst van virtuele webcommunities. Hoewel elk zichzelfrespecterend multimediaportaal wel ergens een zogenaamde afdeling 'community' heeft, is het een van de meest misbruikte woorden in het Internet-vocabulaire. Een community is niet hetzelfde als een doelgroep, een marktsegment of een publieksgroep. Een community is zelfs niet hetzelfde als een gebruikersgroep van een bepaalde dienst of site. Een virtuele community bestaat uit mensen die iets daadwerkelijk delen op het Net. Ze delen niet zomaar een eigenschap, een kenmerk of een bepaalde service - ze delen onderling informatie, ervaringen en opinies, ze delen een virtuele ruimte met elkaar, ze onderhandelen over de daar vigerende virtuele moraal en ze delen in zekere zin het beheer over die ruimte. En dat doen zij vooral middels tekst, interactieve tekst. Hun virtuele ruimte kan bestaan uit een mailinglist, een nieuwsgroep, een IRC-kanaal en sinds de opkomst van de scripts uit een webforum of een webchatroom - en altijd gaat de onderlinge uitwisseling en het beheer van de ruimte via tekst. Virtuele gemeenschappen zijn nauwelijks multimediale gemeenschappen, het zijn primair tekstgemeenschappen.Het grappige is dat zelfs de onderliggende techniek van deze interactieve webrevolutie bestaat uit niks meer dan een specifieke vorm van tekst. Het bestaat niet uit een nieuwe compressie- of bandverbredingstechniek, het gaat niet om een nieuwe plug-in of toepassingssoftware die gebruikers eerst moeten installeren. Het gaat hier om scripts, tekstuele code, die de HTML-weergave van een webpagina dynamisch en veranderbaar maakt voor de gebruiker, zonder dat deze daarvoor meer hoeft te doen dan het gewone browsen, klikken en tikken. Binnen vastgestelde grenzen natuurlijk, maar hoe dan ook maken scripts het mogelijk om als gebruiker werkelijk iets te doen op een website.
De revolutie die de goeroes verwachten van het steeds hyper-multimedialer worden van het net laat nog altijd op zich wachten, maar in plaats daarvan heeft zich een stille scriptrevolutie voltrokken. Deze bracht ons niet alleen interactieve webfora, webchatrooms en webcommunities, maar ook online quizzen, testen, bestel- en betaalmogelijkheden, en vooral: de onzichtbare koppeling met databases. Of die nu bestaan uit vliegtuigreserveringen, telefoonboeken, archieven, routebeschrijvingen, dienstregelingen, te-koop-staande-huizen of vacatures, door het invullen van een paar gegevens wordt een persoonlijk samengestelde webpagina gepresenteerd. En het zijn precies dit soort toepassingen die tot het dagelijkse webgebruik behoren, en niet de hypermultimediale pagina's met bewegende beelden en geluid.Misschien moeten we op een andere manier gaan denken over wat tekst c.q. e-tekst is, en wat multimedialiteit betekent. Misschien moeten we tekst helemaal niet opvatten als monomedium, maar als een multimedium. Met tekst zijn immers beelden, ruimtes en geluiden op te roepen, te becommentariëren en aan elkaar te knopen. Daar hoeft op zich nog geen script aan te pas te komen; tekst kan dat uit zichzelf al, als handschrift of drukwerk of op een beeldscherm. E-tekst, hyperlinks en webscripts vormen daar de radicalisering van, daarmee is de interne en externe koppeling, transformatie en creatie alleen maar directer en letterlijker geworden.
Een dergelijke verregaande integratie van verbeelding, virtualiteit en interactieve openheid heb ik nog niet gezien bij non-tekstuele media. Het is waar, aan verbeelding en virtualiteit ontbreekt het niet bij concepten van virtual reality en online 3d-werelden. Maar daarbinnen als gebruiker zelf, buiten de voorgeprogrammeerde keuzemodules, iets bouwen, maken, veranderen of toevoegen, dat vereist nogal wat technologische kennis en apparatuur - variërend van programmeervaardigheden tot grafische en videobewerkingstechnieken. Nee, dan tekst, dat is - na spraak - het meest gebruikersvriendelijke, publiekstoegankelijke, overzichtelijke en interactieve medium dat er is. Iedereen die een beetje gealfabetiseerd is, snapt direct hoe een toetsenbord werkt. Zelfs kleine kinderen die nog niet in staat zijn hun naam met een pen op te schrijven, kunnen die vaak wel tikken met een toetsenbord. Iedereen kan tekst produceren, omdat zowel de vaardigheid daartoe als de taal zelf publiek domein zijn.
Dat leidt op het Internet tot een gigantische kakofonie aan e-teksten, op mailinglists, in nieuwsgroepen en chatrooms. Triviaal, onzinnig en onsamenhangend, volgens velen
Maar hoe dan ook, met deze interactieve tekst banen mensen zich een weg door het ongeïntegreerde multimediabombardement waaraan zij dagelijks bloot staan. Middels e-tekst hebben zij het over wat zij hebben gelezen in krant of boek, wat zij hebben gehoord via radio of CD, wat zij hebben gezien op tv, voetbalveld of poppodium. Tekst is het hypermedium bij uitstek: het publieke open source medium dat verwerking van die andere ondoordringbare multimedia mogelijk maakt.
Mooie uitvinding, tekst.
Marianne van den Boomen (boom@xs4all.nl) is webredacteur van het weekblad De Groene Amsterdammer, freelance 'internetfilosoof' en auteur van o.a. Leven op het Net: De sociale betekenis van virtuele gemeenschappen (Amsterdam, Instituut voor Publiek en Politiek, 2000)