Uit: I&I juni 2001
© Marianne van den Boomen


Geloven in kaboutertjes

De mythe van de smart agents




Het is een wijdverbreide religie. Programmeurs, marketeers en internetgoeroes geloven er heilig in: personal agents. Hoewel het vaak de vorm aanneemt van een Messiaanse heilsverwachting - compleet met een almaar verschuivende datum waarop de Echte Personal Agent zich aan ons zal voordoen - lijkt het nog het meest op geloven in kaboutertjes. Geloven dat er praktisch onzichtbare wezentjes bestaan die zonder klagen alle vervelende klusjes voor je opknappen.
De softwareontwikkelaars en internet-startups die dagelijks werken aan de productie van deze onzichtbare wezentjes, weten natuurlijk wel beter. Die wezentjes zijn nogal weerbarstig. Soms verdommen ze het gewoon. Maar dat is een algemeen probleem van softwareontwikkeling - het gaat mij hier om dat idee van die vervelende klusjes. En om het mensbeeld dat daarachter steekt.

Het geloof kwam op halverwege de jaren negentig. Nicholas Negroponte schreef in zijn boek Digitaal leven (1995): 'Als uw koelkast opmerkt dat u geen melk meer hebt, kan hij aan uw auto "vragen" u eraan te helpen herinneren om op de terugweg wat te halen. Het zou wel eens niet lang kunnen duren voor dat in het komende millennium uw rechter- en linkermanchetknoop met elkaar communiceren via satellieten in een lage omloopbaan en zij over meer rekenkracht beschikken dan uw huidige pc. Uw telefoon rinkelt niet meer zonder meer, maar ontvangt, sorteert en beantwoordt uw binnenkomende gesprekken, als een goed opgeleide Engelse butler.'
Manchetknopen. Butler. Deze woorden zijn onthullend over het perspectief - het gaat hier om mannen in kostuum, en zij hebben een bijna feodale ambitie: de beschikking over perfecte bedienden.
De Engelse butler wordt ook wel opgevoerd als de assistent of secretaresse die je van haver tot gort kent, zoals bij onze Nederlandse agents-goeroe Maurice de Hond. Hij begint zijn boek Met de snelheid van het licht (ook uit 1995) met de volgende dagboekaantekening, gedateerd 8 oktober 2010: 'Gisteren heb ik kennis gemaakt met mijn nieuwe Personal Assistent en ik ben meteen aan de slag gegaan om hem te trainen.'
Het is heden nog steeds de vraag waar De Hond nu heenschiet met de 'snelheid van het licht', maar honderden jonge internet-startups zijn aan de slag gegaan met de ontwikkeling van allerhande personal agents.

Het idee is inmiddels gemeengoed. Je traint zo'n assistent of agent opdat-ie leert van welke dingen je houdt, wat je werkzaamheden en je eigenaardigheden zijn. Je geeft op dat je bijvoorbeeld in het algemeen geen sportberichten wilt zien in je persoonlijke dagelijkse krant, maar wel als het over tennis gaat. Bij geavanceerde agents is het natuurlijk niet meer nodig om je hele doopceel in te voeren, je begint er gewoon mee te werken, en de agent merkt dan vanzelf dat je bijvoorbeeld altijd de sportberichten overslaat, tenzij ze over tennis gaan. Verder kent zo'n personal agent jou en je huis door en door en kan zodoende helpen bij het uitzoeken van bijvoorbeeld een nieuw bankstel, zoals De Hond beeldend beschrijft: 'Didi (De Honds koosnaampje voor zijn personal assistent - MvdB) legde contact met de virtuele meubelboulevard en gaf een driedimensionaal beeld van mijn kamer door. De intaker van de boulevard bepaalde op basis van mijn interieur mijn persoonlijke smaakkenmerken, en selecteerde alvast een achttal banken.'

Waarom zouden mensen zo'n personal agent willen gebruiken? Vanuit het perspectief van drukke managers en lezingengevers als Negroponte en De Hond kun je je er nog iets bij voorstellen: altijd maar van de ene conferentie naar de andere hollend, altijd achter de nieuwste informatie aanhijgend, altijd bang om iets te missen, hun zoon die altijd de videorecorder bediende en precies wist wat pa zou willen opnemen, is inmiddels het huis uit en hun vrouw die bijhield wanneer het bankstel versleten was of de melk op, wilde ook wel eens een eigen leven.
Zo'n personal agent is de klassieke technofiele mannendroom: alles tot in de kleinste details onder controle, zonder dat je je drukke hoofd hoeft te breken over dagelijkse trivialiteiten.
Iets missen is kennelijk ongeveer het ergste wat een mens kan overkomen. Stel je voor dat je een interessant tv-programma mist, of dat je een keer vergeet melk mee te nemen. Of dat je niet de allerlaagste prijs in het hele universum betaalt voor je bankstel. Of nog erger: dat je je helemaal niet realiseert dat je hoognodig melk of een nieuw bankstel moet kopen.

Het is kortom een scenario dat moet leiden tot efficiënte maximale consumptie, via een weg met zo min mogelijk obstakels en weerstanden. Maar vergeten wordt dat mensen een ingebouwde weerstand hebben tegen zo'n totalitaire efficiëntie - mensen zijn sociale wezens die voor een deel gedijen bij ruis, redundantie en irrationele nutteloosheid. De vervelende klusjes die de agent-kabouterjes geruisloos moeten overnemen, bestaan voor een deel precies uit wat je zou kunnen noemen 'de efficiënte inefficiënte van het sociale'. Juist omdat de dingen moeite kosten, moeten wij iets met de mensen om ons heen, moeten wij interacteren en onderhandelen, moeten wij relaties onderhouden, gemeenschappen en maatschappijen creëren.
Wie daar smart agents voor in de plaats wil stellen, creëert een vacuümwereld van geïsoleerde ikken zonder sociale bindingen, waarin, als ware het luilekkerland, de dingen die je nodig hebt, vanzelf en weerstandsloos naar je toe vlieden.

Ik ben trouwens niet zo bang voor die kille vacuümwereld, want de wal keert het schip toch wel. Het agent-geloof is immers gebaseerd op een nogal beperkte opvatting van hoe mensen in de praktijk informatie en producten consumeren. Dat gaat niet zo planmatig en rechtlijnig op grond van voorafgegeven voorkeuren. Dat gaat veel vaker rommelig en toevallig: je kijkt wat rond op een plek waar je toch al bent, toevallig of volgens vooropgezet plan; je aandacht wordt getrokken op basis van een ontraceerbare associatie, een onnavolgbare sociale interactie of een toevallige roddel, en je gaat al dan niet over tot consumptie (van informatie of van goederen).
Zo gaat het ook op het Internet. Iedereen weet dat zomaar surfen niet bestaat - niemand zet 's avonds de PC aan met gedachte: 'Wat zal er vanavond zijn op het Net?' Maar iedereen weet ook hoe je je uren kunt verliezen in aanpalende informatie, terwijl je alleen maar snel en gericht iets op wilde zoeken.
Ergens daartussen gebeurt het, ergens tussen personal en public agency. Die complexe combinatie van toeval en plan, orde en chaos, individuele voorkeur en sociale interactie is iets waar agent-ontwikkelaars zich zelden het hoofd over breken.
En er is nog iets. Hoe kun je in vredesnaam een mens worden met persoonlijke voor- en afkeuren als je niet eerst een poos het geordende aanbod - van journalistieke redacties of andere professionele informatiemakelaars - tot je hebt genomen? Hoe kan ik ooit besluiten niet van sport te houden, behalve van tennis, als ik niet eerst kennis heb genomen van het bestaan van verschillende sporten?
Nee, er klopt iets fundamenteel niet aan het mensbeeld van de kaboutergelovers. Maar dat mensbeeld bijstellen is waarschijnlijk nog moeilijker dan een technisch redelijk functionerende agent ontwikkelen.
Afijn, de markt zal hier wel het laatste oordeel over vellen. Sommige dingen kun je daar heel goed aan overlaten.

Marianne van den Boomen (boom@xs4all.nl) is webredacteur van het weekblad De Groene Amsterdammer, freelance 'internetfilosoof' en auteur van o.a. Leven op het Net: De sociale betekenis van virtuele gemeenschappen (Amsterdam, Instituut voor Publiek en Politiek, 2000)