Uit: Lover nr 1, winter 2001
© Marianne van den Boomen


Utopische sprongen: Declamaties in cyberspace

Cybermanifesten zonder body





Het manifest, is dat niet een typisch negentiende-eeuws medium voor politieke mobilisatie? Een genre dat hoort bij het tijdperk van het gedrukte pamflet en de grote ideologieën? Toch gedijt het bij uitstek op het Internet, temidden van al het multimediageweld.
Het is ook niet zo heel verwonderlijk. Het Net is een verzamelplaats en etalage van allerhande clubs en organisaties, niet in de laatste plaats omdat dit medium ongetwijfeld de goedkoopste een eenvoudigste mogelijkheden biedt om een boodschap onder de aandacht te brengen van veel, heel veel mensen. Dolfijnaanbidders hebben er een virtueel manifest over Flippers spiritualiteit, milieugroeperingen schreven het online Preservationist Manifest; de Nihilistic Underground kent een Net-manifest, evenals de feministische actiegroep die strijdt voor een democratisch gekozen First Lady.
Het zijn niet alleen hedendaagse missies die zich in cyberspace manifesteren, ook de klassiekers zijn present. Het Communistisch Manifest van Marx en Engels (1847) is op verbazend veel plaatsen te vinden, evenals het Futuristisch Manifest (1909). Patriarchale dan wel fallisch-seksistische herenteksten, zeker, maar behalve mobilisators van sociale bewegingen ook zonder meer de vaders van alle manifesten die erna kwamen. De retorische en inspirerende kracht ervan werkt nog altijd door, zelfs in de klassieke 'moedermanifesten' die pas in de tweede helft van deze eeuw verschenen en eveneens op het Net te vinden zijn: Valerie Solanas' SCUM-Manifest (Society for Cutting Up Men, 1967) en Donna Haraways A Manifesto for Cyborgs (1985). Solanas geestige ant-mannenmanifest radicaliseerde het Communistisch Manifest: voor 'sociaal denkende, vernatwoordelijke en sensatie zoekende vrouwen' zat er niks anders op dan 'de regering omver te werpen, het geld af te schaffen, volledige automatisering in te stellen en het mannelijk geslacht uit te roeien'. Veel aanhang kreeg ze niet, daarvoor was haar manifest te plastisch en te praktisch.
Haraway deed het wat rustiger aan. Haar cyborgmanifest beoogde indertijd de ingezakte socialistisch-feministische beweging nieuw leven in te blazen, maar het mocht niet baten. Haar idee van wereldomspannende politieke en sociale verbindingen op basis van 'affiniteit in plaats van identiteit' en flexibele allianties tussen mensen en machines bleef theoretisch en abstract.

Cybermanifesten
Het Internet is niet alleen een nieuw verspreidingsmedium voor manifesten; het is ook een nieuw maatschappelijk domein dat manifesten oproept, met titels als: The Magna Carta for the Knowledge Age, A Cyberspace Independence Declaration, A Cyberfeminist Manifesto, The Post Human Manifesto, et cetera. Ze komen van gerenommeerde organisaties en sektarische politieke cellen, van collectiefjes en indivduen, van stoere grrls, computernerds, activisten, mafkezen en querulanten. Kortom, de gebruikelijke sociale kaart van het Net. In hoeverre werken de klassieke vader- en moedermanifesten hier eigenlijk door?
Neem Cyberspace and the American Dream: A Magna Carta for the Knowledge Age (1994). Klinkt communistisch-futuristisch: inzet is de Derde Revolutie van de mensheid - de Eerste was de agrarische, de Tweede de industriële, de Derde de digitale. Het manifest komt van een denktank van de Progress & Freedom Foundation, gelieerd aan de Republikeinen en gesponsord door telecommaatschappijen. Dat is te merken ook. De Magna Carta zet hoogdravend in: 'Cyberspace is the land of knowledge, and the exploration of that land can be a civilization's truest, highest calling.' Maar al snel komt de aap uit mouw: 'to create the new cyberspace environment is to create new property - that is, new means of creating goods (including ideas) that serve people.' Het is verder allemaal 'dynamic competition' en 'deregulation' wat de klok slaat. Cyberspace is hier botweg een 'new American frontier', een te koloniseren gebied waarin de markt volstrekt de vrije hand moet hebben.
De Cyberspace Independence Declaration (1996) markeert eveneens een nieuw land. John Perry Barlow roept daarin, woedend over Amerikaanse wetsvoorstellen voor Internetcensuur, de onafhankelijkheid uit van Cyberspace: 'Governments of the Industrial World, you weary giants of flesh and steel, I come from Cyberspace, the new home of the Mind. On behalf of the future, I ask you of the past to leave us alone. I declare the global social space we are building to be naturally independent of the tyrannies you seek to impose on us. Your legal concepts of property, expression, identity, movement, and context do not apply to us. They are based on matter, there is no matter here. We will create a civilization of the Mind in Cyberspace.'
Barlows 'I declare' doet wat parmantig aan - iets uitroepen maakt iets nog niet waar, hoe gewiekst vrijwel alle soorten manifesten ook spelen met de grens tussen feit en fictie, tussen willen, behoren en zijn. Toch is zijn Declaration door duizenden mensen online ondertekend - de 'onafhankelijkheidsgedachte' is een sterke cyberpolitieke stroming. Barlow komt echter uit dezelfde Republikeinse stal als de Magna Carta en voorziet in feite het liberale dereguleringsverhaal van een quasi-radicaal vleugje cyber-chic.
De Open Internet Policy Principles (1996) zijn te zien als een reactie op deze 'pro- markt, contra-staat'-manifesten. Een club 'internationale experts' (uit digitale-burgerbewegingen, mensenrechtenorganisaties en actiegroepen maar ook parlementen en bedrijven) formuleerde dit manifest op een congres. Uitgangspunt: 'The Internet is an inherently open, decentralized communications infrastructure which is ideally suited to support the free exchange of ideas, a rich political discourse, and a vibrant economy.' En dat is niet over te laten aan de vrije markt, daar zijn waarborgen en rechten voor nodig: acces for all in het kader van burgerparticipatie, het recht op privacy, anonimiteit en gemeenschapsvorming, digitale openbaarheid van overheidsinformatie en andere vormen van publiek domein. Het Internet bestaat volgens de Open Principles niet in een wettelijk en sociaal vacuüm; bestaande instituties en wetten hebben ook hier werkingskracht. Lokale verschillen zijn mogelijk, maar moeten zich in elk geval schikken naar de mensenrechtenconventies. Het is vooral deze worteling in real life-structuren waarmee de Open Internet Principles en andere sociaal-politieke cybermanifesten zich afzetten tegen de Magna Carta en Barlows 'vacuüm'-verklaring.

Oude echo's, nieuwe tijd
De echo's van de klassieke vadermanifesten klinken duidelijk door. Herdefiniëringen van bezit en zeggenschap, van de rol van de staat, de markt en sociale bewegingen herinneren aan het manifest van vader Marx. Ook de echo van het Futuristisch Manifest is vaak te horen. Met evenveel hysterie als waarmee de Futuristen de technologie van het begin van de twintigste eeuw bezongen - 'the beauty of speed' en 'the man at the wheel' - bezingt de Magna Carta de netwerktechnologie, 'with its accelerating technological and economic strength' en 'bandwidth abundance'. En met evenveel aplomb en agressie als waarmee de Futuristen musea en bibliotheken wilden vernietigingen, verkondigt de Magna Carta 'the overthrow of matter' en 'no half steps' als het aankomt op deregulering. Natuurlijk zijn de Magna Cartisten niet gelijk te stellen met de fascistische Futuristen, die unverfroren verklaarden: 'We will glorify war - the world's only hygiene - militarism, patriotism and scorn for women'. Maar de rechtlijnige alles-of-nietsbenadering, het denken in absolute breuken en fasen heeft zeker totalitaire trekjes.
In feite is elk manifest futuristisch, in de zin van: een bezwering van de toekomst, een poging grip te krijgen op wat komt. Elk manifest kondigt een nieuwe tijd af , meestal op grond van een nieuwe technologie. Het Communistisch Manifest is het manifest van de negentiende-eeuwse machine; het Futuristisch Manifest is het twintigeste-eeuwse manifest van de auto en de massavernietiging; Haraways Cyborgmanifest is het millenniummanifest van de genetische en digitale manipulatie en de hedendaagse cybermanifesten proberen de nieuwe tijd en ruimte te vatten van het Internet. Die nieuwe tijd gaat altijd gepaard met een nieuwe mens: de communistische arbeider, de futuristische 'man at the wheel', de science-fiction cyborg, de Magna-Carta-cyberkolonist, de barloviaanse soevereine cybergeest, de open community connector.
Er is echter iets eigenaardigs aan de hand met de nieuwe cybermens, uit welk cybermanifest dan ook. Anders dan de communistisch arbeider en de futuristische 'man at the wheel' lijken zij geen sekse meer te hebben. Haraway's cyborg formuleert nog expliciet een alternatief voor de onvruchtbare fixatie op sekse als totaliserende identiteit, maar alle andere cyberspecies uit de cybermanifesten ontberen elke notie van sekse. Barlow schrijft zelfs: 'Ours is a world that is both everywhere and nowhere, but it is not where bodies live. Our identities have no bodies. We are creating a world that all may enter without privilege or prejudice accorded by race, economic power, military force, or station of birth.' Sekse wordt niet eens meer genoemd in het rijtje van wat er in cyberspace niet meer toe zou doen - het is reeds verzwolgen in een zwart gat.
Dat is raar. Hebben de vele feministische manifesten en bewegingen hun uitwerking in cyberspace gemist? Hebben de Magnacartisten nooit gehoord van de feministische en zwarte kritiek op die vorige American Dream? Heeft Barlow nooit kennis genomen van cyberfeministische commentaren op de illusie van een mind zonder body, zonder lichamelijke, sociale en politieke gesitueerdheid? Zelfs de community-gedachte van de Open Internet Principles haakt nergens aan bij de concrete vrouwen-, grrls- en mensenrechtenprojecten die op Internet gestalte krijgen.
Het lijkt de radicale omkering van Solanas manifest: Internet als society for cutting up women. Het lijkt of van Haraways cyborg alleen het cybernetische is overgebleven. De cyborg is ontdaan van al het organische, het concrete, het vuile, het rommelige, het speelse, het ironische, het sociale en het politieke. Hoe zo'n leeg cybertype nog iets kan doen of willen op het Net, is een raadsel. All wired up and no place to go.
Hier blijkt de makkes van alle manifesten, offline en online. Ze beogen een radicale en utopische sprong te maken naar een nieuwe tijd, maar de praktijk is veel rommeliger en op allerlei manieren gebonden aan zogenaamd oude structuren. Ook in cyberspace. Want juist daar blijkt hoe het dagelijks leven van sociaal gesitueerde lichamen bij uitstek aanknopingspunten biedt om zich te verbinden met anderen. Juist daar blijken mensen zicht te organiseren in virtuele gemeenschappen op basis van biografisch-lichamelijke noemers: vrouwen, homo's, lesbo's, transgenderisten, zwarten, latino's, ouderen, jongeren, ouders, kinderen, zieken - en alle mogelijke en onmogelijke kruisingen en afslitsingen daarbinnen.
Dit is de praktijk van Haraways samengestelde cyborg. Op het Net krijgt dat abstracte wezen handen en voeten, handelingsbereik en vaak een sekse, hoe instabiel dan ook. Haraways cyborg is het enige cyberwezen dat werkelijk leeft op het Net. Het moedermanifest van Haraway blijkt uiteindelijk de minst theoretische te zijn en als enige voor levensvatbare nakomelingen te zorgen.

Marianne van den Boomen is auteur van Leven op het Net: De sociale betekenis van virtuele gemeenschappen (Instituut voor Publiek en Politiek, 2000).

Nettime's manifestoes http://www.desk.nl/~nettime/others/manifestoes.html
The Magna Carta for the Knowledge Age http://www.pff.org/position.html
A Cyberspace Independence Declaration http://www.eff.org/~barlow/Declaration-Final.html
Open Internet Policy Principles http://www.soros.org/principles.html
SCUM Manifesto http://www.spunk.org/library/anarcfem/sp001291.txt
A Cyborg Manifesto http://www.stanford.edu/dept/HPS/Haraway/CyborgManifesto.html