Vrouwen creëren 'old-boysnetwerken' in cyberspace


Opzij november 1996

Marianne van den Boomen



Voor sommigen was Beijing '95 het begin. Of beter gezegd Huairou, het Chinese provinciestadje waar het NGO-Forum van de VN-Wereldvrouwenconferentie plaatsvond. Daar zagen ze voor het eerst het Internet in de praktijk. Marjet Douze van het IIAV (Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging) bijvoorbeeld: 'Er was daar een zaal met zo'n veertig computers met gratis Internet-toegang voor iedereen. Je kon er een tijdelijk e-mailadres krijgen. Daar werd druk gebruik van gemaakt; op de eerste dag kon ik nog een uur internetten, maar al snel waren er wachtlijsten en limiettijden. Er stonden echt drommen vrouwen te popelen. Voor mij en veel anderen waren het de eerste ervaringen, en er ging dan ook regelmatig wat mis. Maar er liepen veel mensen rond die hulp boden, vrijwilligers uit alle werelddelen. Het was echt een ontdekking.'
E-mail werd in Huairou vooral gebruikt om informatie door te spelen aan het thuis- c.q. werkfront in Nederland. In het Amsterdamse vrouwenhuis vond een parallelle spiegelconferentie plaats, en ook daar stond een Internet-computer. Marjet Douze: 'Op die manier was er dagelijks contact. Het vrouwenhuis ontving honderden mailtjes van Nederlandse congresgangers, van serieuze verslagen tot gedichten en persoonlijke indrukken. We hebben op het IIAV net de prints binnengekregen van al die e-mails, plus alles wat er over Beijing op het Net is gezet. Vier ordners vol, en dat is nog maar een selectie.
Via het Net bleef je ook een beetje op de hoogte van het wereldnieuws. Het Forum-terrein was een afgesloten wereld; internationale kranten waren niet te krijgen, er was alleen CNN. Ik mailde trouwens ook met vrouwen ter plekke; het was vaak de enige manier om contact te krijgen met iemand die je had ontmoet in een workshop en daarna weer was ondergegaan in die massa van 25.000 vrouwen. Heel handig!'
Het IIAV was al een tijdje voorzichtig aanwezig op het Internet, en sinds 29 augustus zijn alle IIAV-bestanden op het Internet te raadplegen: de catalogus met 80.000 boeken, rapporten, scripties en artikelen, plus de beschrijvingen van de 325 archieven die het IIAV bezit. Marjet Douze is terecht trots op de IIAV-Web-site: 'Je kunt zoeken op auteursnaam, op titel, op trefwoord, op conferentienaam, jaar van uitgave. Maar het meest bijzondere is dat je kunt doorklikken: als je op de auteursnaam klikt, krijg je alle publikaties van die auteur te zien; als je op de conferentienaam klikt, krijg je alle andere publikaties over die conferentie. Dat is voor bibliotheekcatalogi echt uniek.'
Vanzelfsprekend is het nu mogelijk om 24 uur per dag, waar ook ter wereld, via e-mail bij het IIAV aan te kloppen voor adresgegevens van een organisatie, fotokopieën van een artikel, literatuurlijstjes, een leenaanvraag etcetera. Toen het voortbestaan van het IIAV de afgelopen zomer ineens onzeker leek, heeft het Internet ook een rol gespeeld bij de actie 'het IIAV moet blijven'. Marjet Douze: 'De oproep om protestbrieven te schrijven aan minister Melkert zijn per e-mail naar al onze internationale contacten gegaan. Op allerlei mailinglists en openbare nieuwsgroepen op het Net doken toen berichten op. Daardoor ontvingen we uit de hele wereld steunbetuigingen. Een van de eerste reacties kwam van een vrouwenstudiescentrum in Ijsland!'

Het IIAV zit op het Internet via Vrouwen.Net, een Nederlands domein dat online-onderdak biedt aan vrouwengroepen en -organisaties. Vrouwen.Net is voortgekomen uit het enthousiasme van Nederlandse Beijing-gangers. Maja van der Velden, vrijwilligster bij de APC (Association for Progressive Communications, een coalitie van NGO-computernetwerken over de hele wereld) nam het initiatief. Zij onderhield ook in Huairou het computernetwerk, maar voor haar was het online-leven al veel eerder begonnen: 'Tijdens de Golfoorlog vond voor mij de grote ommezwaai plaats. Ik woonde toen in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever en deed daar onderzoek naar Palestijnse schrijfsters. De mensenrechtensituatie was echter zo ernstig dat ik al gauw daarover begon te schrijven. Toen de Golfoorlog uitbrak en ik, als alle Palestijnen, 45 dagen onder een 24-uursuitgaansverbod leefde, ben ik gaan nadenken over hoe ik wat kon doen. Het punt was dat getuigenissen over martelingen, moorden en landonteigeningen werden verzameld en bewerkt door mensen die daarmee grote risico's liepen. Het materiaal werd dan via illegale faxmachines - faxen waren indertijd verboden in de bezette gebieden - verstuurd naar internationale organisaties als Amnesty en zo. Aangezien het telefoonverkeer, zeker van activisten, werd gecontroleerd, was het moeilijk die informatie het land uit te krijgen, zeker tijdens de Golfoorlog.
Als je getuige bent van zoveel leed, als je vrienden slachtoffer worden van martelingen en beschietingen, als je buurvrouw haar baby verliest omdat ze vanwege het uitgaansverbod niet naar het ziekenhuis mag, dan word je niet alleen verdrietig, maar ook woedend. Toen de Golfoorlog was afgelopen, heb ik mijn onderzoek stopgezet. Ik ben naar Amsterdam teruggereist en heb toen met vrienden gewerkt aan het opzetten van een computernetwerk in de bezette gebieden. Er was daar geen Internet, maar met een goede computer, een paar modems en telefoonlijnen kom je al heel ver. Ik kon een host, een centrale computer, plaatsen in het Novib-kantoor in Oost-Jeruzalem. Het systeem was zo opgezet dat zelfs als ik m'n huis in Ramallah niet uit mocht, ik toch het systeem op afstand kon onderhouden. Via de Novib kon ik computertrainingen geven aan allerlei en vrouwen- en mensenrechtenorganisaties. Iedereen kon meedoen; het maakte niet uit of je een oude computer had of een langzaam modem. 's Nachts maakte de host-computer verbinding met een van de andere APC-hosts in de wereld, en werd de "Palestijnse postzak" verzonden en de inkomende post opgehaald. De internationale telefoonkosten deelden we onderling middels de APC-contributie. Via een computermodem verstuur en haal je in een paar minuten vele berichten. Als je de telefoonlijn afluistert, hoor je hetzelfde geluid als een faxmachine, en faxmachines waren in Oost-Jeruzalem niet verboden...'
Sindsdien is ze zich gaan toeleggen op computernetwerken voor NGO's, vooral via de APC-projecten tijdens VN-wereldconferenties. Ze heeft honderden NGO's getraind tijdens de conferenties in Cairo (Bevolking en Ontwikkeling), Kopenhagen (Sociale Summit), Amman en Beijing (Vrouwen). 'Op die conferenties komen organisaties uit de hele wereld bijeen. In veel landen zijn telefoons en faxen een luxe. Je kan vaak niet rechtstreeks naar je buurland bellen, dat moet dan via London of Parijs. Computernetwerken zijn dan echt een oplossing.'
Inderdaad, ze heeft vooral te maken met mensen voor wie het Net niet zozeer leuk of handig is, maar eerder 'een noodzaak om te overleven, om veranderingen te bewerkstelligen, om situaties onder de aandacht te brengen van de rest van de wereld'. En dat kan heel ver gaan: 'De zoon van een vriend van me was doodgeschoten door Israëlische militairen, en tijdens de begrafenis werd de beste vriend van zijn zoon ook neergeschoten. De Palestijnse ziekenhuizen hadden niet de apparatuur en kennis om hem zo te opereren dat hij weer kon lopen. Mijn vriend vroeg of ik geen hulp kon krijgen via "dat apparaat van mij". Ik heb toen alle medische gegevens op het Net gezet. De afloop was geweldig: een medisch team uit Frankrijk heeft die jongen niet alleen geopereerd, maar ook de artsen opgeleid èn de benodigde apparatuur aan het ziekenhuis geschonken!'
Ja, zegt ze, er zijn dingen die alleen op het Net kunnen: 'Ten eerste was het Net voor mij een soort rustplaats. Ik maakte heftige dingen mee en via het Net kon ik m'n kwaadheid, frustraties en zorg spuien. Ik kon op goedkope en snelle wijze in contact blijven met m'n familie en vrienden. De Net-gemeenschap gaf me het gevoel dat er meer was dan uitzichtloze situaties, dat de wereld soms ook mooi en lief was.
Later, toen ik in Gaza woonde, heb ik jaren een soort dagboek bijgehouden over wat ik meemaakte, en dat publiceerde ik in nieuwsgroepen. Organisaties en tijdschriften mailden daarop vaak met de vraag of ze fragmenten konden publiceren. Ik kreeg e-mail uit alle hoeken van de wereld, vooral van Palestijnen die door de bezetting verspreid waren. Een Palestijnse student schreef me dat hij elk artikel uitprintte, kopieerde en verstuurde naar al zijn familieleden. Ik kreeg ook contact met Israëliërs die zeiden door mijn stukken een ander beeld te hebben gekregen van de situatie.'
Toch is ze niet alleen maar enthousiast over de ontwikkelingen op de 'digitale snelweg': 'Als je kijkt waar deze technologie vandaan komt - Koude Oorlog, Amerikaanse defensie - en in welke richting het zich momenteel ontwikkelt - enkele grote bedrijven die de standaards en de prijzen gaan voorschrijven - dan is er alle reden om bezorgd zijn. Het gevaar is dat veel mensen denken dat online-media op zich neutraal zijn, dat je controle hebt over toegang en gebruik. Maar dat is niet zo. En zeker voor vrouwen is het van belang in te zien wat informatietechnologie voor invloed heeft op ons leven en werk. Als vrouwen niet kunnen deelnemen in de hele besluitvorming rondom de digitale snelweg, zullen zij de grootste klappen krijgen. Wil het Net werkelijk democratiserend en emanciperend kunnen werken, dan moeten we meedoen als deelneemsters én producenten. We moeten controle krijgen over dit medium, als gemeenschap van mensen met verschillende behoeften, talen, culturen en activiteiten.'
Dat uitgangspunt is te merken aan de opzet van Vrouwen.Net. Het domein herbergt zowel lokale als internationale organisaties: onder ander het Emancipatie Bureau Gelderland, Women in Europa for a Common Future, Mama Cash, Women's Global Network for Reproductive Rights, Transact, Vrouwenberaad Ontwikkelings Samenwerking en de Stichting tegen Vrouwenhandel. Vrouwen.Net is aangehaakt bij de Nederlandse provider Antenna, die zich vooral richt op het online brengen van maatschappelijke organisaties. Vrouwen.Net heeft een besloten 'laag' voor leden (die hun Internet-abonnement hebben bij Antenna/Vrouwen.Net) en een openbaar deel dat voor iedere internetter toegankelijk is. Leden hebben naast de algemene Internet-toegang ook toegang tot besloten APC-diensten: vele netwerken - zoals WomenZnet (Australië), Womensnet (VS) in Network of East-West Women - nieuwsgroepen en onlineconferenties op het gebied van mensenrechten, milieu en progressieve politiek.
Vrouwen.Net draait op ledencontributie en sponsorende maatschappelijke organisaties en verder op 'liefdewerk, oud papier, nieuwe lijnen'. Maja van der Velden: 'Het is allemaal afhankelijk van een paar vrouwen die daarnaast nog een volledige dagtaak hebben. Er zijn in Nederland genoeg vrouwen met een informatica-achtergrond of Internet-deskundigheid, maar als je werkt met NGO's komen er ook andere vaardigheden bij kijken. Die combinatie is iets moeilijker te vinden. In het najaar organiseren we via Vrouwen.Net een aantal trainingen voor vrouwenorganisaties; dat is vooralsnog belangrijker dan tijd steken in subsidieaanvragen. Of die vrouwen uiteindelijk lid worden van Vrouwen.Net of een ander domein vind ik niet belangrijk. Het gaat erom dat ze mee gaan doen, Net-ruimte voor zichzelf gaan creëren en opeisen.'

Er zijn meer initiatieven op het gebied van vrouwen-Net-ruimte. Webgrrls bijvoorbeeld. Corrine Petrus richtte de Nederlandse afdeling op: 'Ik vroeg me al een poosje af waar ze toch waren, vrouwen op het Net, en dan liefst vrouwen met interesse in nieuwe media. Ze leken nogal onzichtbaar op het Nederlandse gedeelte van het Internet. Op mijn speurtocht kwam ik terecht bij Webgrrls in New York, een vrouwennetwerk dat is opgericht door Aliza Sherman. Er bleken overal in Amerika afdelingen van Webgrrls te bestaan, en ook eentje in Engeland. Ik mailde Aliza met de vraag of er ook een groep in Nederland was. Ze antwoordde: Nee, maar jij kan er toch eentje beginnen?'
Dat bleek ook het idee van Webgrrls: overal ter wereld stampen zogeheten pointgrrls afdelingen uit de grond. Inmiddels zijn er wereldwijd meer dan vijftig afdelingen: de meeste in de Verenigde Staten (tot in Hawaii toe) en Canada, maar ook in Australië, Nieuw Zeeland, Engeland, Denemarken, Japan, de Filippijnen en Barbados. In Duitsland en Frankrijk zijn afdelingen in oprichting. De afdeling van Sherman in New York heeft zo'n 1200 leden; Webgrrls NL is trouwens met zo'n 300 Nederlandse grrls ook een van de grotere.
De afdelingen zijn autonoom, de plaatselijke Webgrrls bepalen wat ze willen ondernemen. Het principe is echter overal ongeveer hetzelfde. In de woorden van oprichtster Sherman: 'Webgrrls biedt een forum voor vrouwen die werkzaam of geïnteresseerd zijn in nieuwe media. Wij netwerken met elkaar - voor banen, advies, contacten, kennis, joint ventures etcetera. Wij zijn vrouwen die digitaal zijn aangesloten, we geven elkaar feedback op ons werk en gezamenlijke projecten. We willen in een prettige, ondersteunende omgeving dit nieuwe technische spul naar onze hand zetten.'
In de regel hebben Webgrrls-afdelingen een eigen Web-site (een openbare multimediavitrine op het Internet, die voor iedereen toegankelijk is) en een lokale mailinglist (een nieuwsbrief annex discussiemedium, waarbij alle losse bijdragen in de e-mailbox van de leden terechtkomen - semi-openbaar dus, en in dit geval alleen voor vrouwen). De afdelingen organiseren daarnaast meestal IRL (netjargon voor in real life) bijeenkomsten, conferenties en cursussen. Het lidmaatschap is in de regel gratis; Webgrrls draaien op liefdewerk, al overwegen sommige afdelingen contributie of sponsors, omdat het de zaak uit de hand dreigt te lopen.
In maart 1996 ging Corrine Petrus aan de slag, met een Web-site en een mailinglist. Binnen een half jaar waren er bijna driehonderd Nederlandse Webgrrls. Corrine Petrus: 'Het blijkt te werken: Webgrrls maakt het Internet toegankelijker voor vrouwen, en maakt vrouwen zichtbaarder. Via de Web-site wordt verwezen naar relevante informatie en software, via de mailinglist worden ervaringen en deskundigheden uitgewisseld. We komen elkaar weer tegen in nieuwgroepen, op chat-kanalen en IRL.'
Op de mailinglist gaan de discussies en berichten deels over het Internet zelf: over software (wat zijn handige programma's, hoe te gebruiken, problemen), over avonturen tijdens het Web-surfen, over online-romances, over het zelf maken van Web-pagina's. Maar ook andere dingen duiken op, variërend van vragen als: 'Is er een Webgrrl die in de reclamebusiness werkt? Ik heb een klus in de aanbieding' tot 'Ik heb volgende week een bijeenkomst en daar is "tenue de ville" vereist. Wat is dat in vredesnaam?'
Qua leeftijd lopen Webgrrls uiteen van 18 tot 62, met een gemiddelde van 35. Opleiding en achtergrond zijn heel divers. Yvonne (48) mailde bijvoorbeeld: 'Ik ben: 1. uit de generatie van vlak na de oorlog, zonder computers opgegroeid, maar met spelen op straat (bijna zonder auto's), 2. geen verstand van computers, 3. als het aan de orde is: huisje, boompje, (volwassen) kinderen, 4. zo doorsnee als het maar zijn kan (nou ja, is niet helemaal waar), 5. nuchter en nieuwsgierig. Kortom: IK ben de doelgroep van Webgrrls!'
Sommige Webgrrls hebben hoge posities in de automatisering, of een eigen bedrijf, anderen hebben net een computer aangeschaft en zijn beginners op het Internet. Maar ieder kan haar vragen en ideeën kwijt, of het nu gaat om hogere programmeertalen of simpele e-mailproblemen. Corrinne Petrus wijst ook op de internationale inbedding: 'Dat biedt mogelijkheden als stageplaatsen of banen in het buitenland, interessante dames voor congressen of gewoon het maken van vriendinnen. Als ik een Web-designer nodig heb en ik kan haar niet vinden in Nederland, dan kan ik zoeken bij Webgrrls over de hele wereld. En als ik bijvoorbeeld naar New York zou gaan, mail ik de afdeling daar voor tips en ontmoetingen.'
Op de Nederlandse Webgrrls-site wordt ook een uitgebreide Wie-is-wie-database onderhouden, zodat men elkaar kan vinden op grond van vragen als: wie was ook weer degene die commerciële Web-sites ontwierp? Wie had er nu vertaal-ervaring? Wie kweekte er ook alweer rozen? Het idee daarvoor kwam op toen bleek dat vele Webgrrls zich eerst netjes voorstelden op de mailinglist, vaak compleet met een soort curriculum vitae, beschrijving van werk, huishouden, hobby's en passies. Een vacaturebank is in aanbouw, ook naar aanleiding van de regelmatig op de lijst opduikende vragen om banen, personeel en freelance-klussen. Webgrrls hebben in feite online een alternatief gevonden voor het 'old-boys'-network, waar de banen en de interessante informatie onderling worden verdeeld. En niet alleen onderling; de Web-site is immers openbaar, en de eerste headhunters hebben de weg naar Webgrrls ook al gevonden.
Vaak gaan de discussies op de lijst over allerlei werksituaties. Een Webgrrl, werkzaam in een automatiseringsbedrijf, kaartte aan dat ze had ontdekt dat haar mannelijke collega die hetzelfde werk deed als zij, meer verdiende. Er volgde een uitgebreide discussie over assertief zijn, angst voor 'kenauschap', onderhandelen, het achterlijke Nederland waar nog altijd 'ongelijk loon voor gelijk werk' bestaat en de kranteknipsels over hoe vrouwen wereldwijd meer werken en minder betaald krijgen vlogen over het Net. De betreffende Webgrrl heeft inmiddels een baan bij het bedrijf van een andere Webgrrl...
Nee, Corrine Petrus zou Webgrrls NL niet feministisch noemen: 'Webgrrls is meer een "doe-groep" dan een actiegroep. Het gaat ons om netwerken, letterlijk en figuurlijk.' Ze wordt weleens moe van de vraag: waarom nu apart voor vrouwen? 'De vooroordelen! Het varieert van "sektarische grommende manwijven" tot "zielige vrouwen die niks van computers snappen", dat laatste notabene in Opzij. Maar Webgrrls zijn capabele, ambitieuze, zelfstandige dames die lol hebben in het Internet.'
Op de mailinglist afficheren veel Webgrrls zich nadrukkelijk als 'wel geëmancipeerd, niet feministisch' - niet zelden trouwens dezelfden die bijvoorbeeld de ongelijke-betalingsdiscussie aanzwengelden. Toch duikt regelmatig de discussie op over feminisme, klagerigheid, slachtofferigheid, en de beeldvorming van 'mannenhaatsers'. Ook over vrouwenhuizen ontstond een heftig debat, toen de Digitale Stad een Vrouwenplein aankondigde. Een selectie. Oona: 'Vrouwenhuizen doen mij denken aan de jaren '60-'70, Dolle Mina's (mijn moeder was er een, dus ik ben er mee opgegroeid). Ik zeg niet dat ik vrouwenhuizen suf of slecht vind. Voor veel vrouwen is het waarschijnlijk heel belangrijk dat ze er zijn. Maar toch niet voor ons? Ik ben bang dat als we ons met vrouwenhuizen gaan verbinden, we als Webgrrls een totaal andere uitstraling krijgen. Wij zijn niet zielig, wij zijn actief, ondernemend en helpen elkaar om technisch beter onderlegd te worden.'
Brechtje: 'Ik had ook een moeder die veel in het vrouwenhuis kwam - en ik zelf kwam er ook. Ik vond het daar erg leuk; er hing een opgewekte sfeer (niet zielig of klagerig dus). Het prettige van vrouwengroepen vind ik dat het technische op een aardiger en duidelijker manier een plaats heeft, zodat ik er gemakkelijker iets vraag. Hoeveel kritiek ik ook mag hebben op het feminisme van mijn moeder, zelf noem ik mezelf ook feministe. Het feminisme is nog lang niet "uit" of "afgelopen". Het is alleen wel aan verandering toe.'
Nina: 'Het vrouwenhuis Amsterdam is geen zielig zooitje. Ze hebben ervoor gezorgd dat in enkele maanden tijd zeer veel vrouwen hun eigen boontjes kunnen doppen op het Internet, en ze weten waarover ze praten. Deze herfst doen ruim 150 vrouwen mee aan cursussen aldaar.'
Het Vrouwenplein is er inmiddels in de Digitale Stad Amsterdam. Daar zijn onder andere de - al dan niet in opbouw zijnde - Web-sites te vinden van het Amsterdamse vrouwenhuis, het Gemeentelijk Emancipatiebureau, het Belle van Zuyleninstituut (vrouwenstudies), Zami, de WOUW ('Wijze Oude Wijven' - netter: Netwerk van maatschappijkritische 55+vrouwen) en het Lesbisch Archief. De Amsterdamse Wethouder Jikkie van der Giessen beloofde in september bij de opening van het Vrouwenplein dat er veertig openbare terminals in Amsterdam zullen worden geplaatst. (Via zulke terminals kan iedereen die geen eigen computer heeft, toch het Internet op. Eén komt in het vrouwenhuis, andere komen in bibliotheken, stadsdeelraadkantoren en daklozenopvangcentra.)

Zal de derde feministische golf op het Internet ontstaan? Hoe dan ook komen er steeds meer vrouwen en hun organisaties op het Net. Om met Maja van der Velden te spreken: 'Vrouwen.Net, het Vrouwenplein, Webgrrls - het zijn stuk voor stuk kleine opritten voor vrouwen op de digitale snelweg. Het is heel belangrijk dat die worden gecreëerd - opdat we straks niet ten onder gaan in het geraas op de brede afritten die straks onze huiskamers binnenkomen.'


Internet-adressen

IIAV http://www.iiav.nl e-mail: info@iiav.nl )
Vrouwen.Net http://www.vrouwen.net
Vrouwenplein http://www.dds.nl/plein/vrouwen
Webgrrls http://www.mediaport.org/~webgrrls e-mail: webgrrls@mediaport.org
Webgrrls NL, Postbus 26211, 3002 EE Rotterdam